
Over de taalvaardigheid van Nederlandse leerlingen zijn veel terechte zorgen. Er wordt minder gelezen, leerlingen hebben meer moeite met het begrijpen van langere teksten en het leesplezier daalt. In de zoektocht naar oorzaken wordt vaak gewezen naar digitale middelen. Kinderen zitten te veel achter een scherm.
Los van het feit dat schermtijd niet iets uniforms is, zit er natuurlijk een kern van waarheid in. Wie geen langere teksten leest, wordt daar ook niet beter in. En uren scrollen door korte filmpjes kun je moeilijk vergelijken met geconcentreerd een boek lezen.
Toch vind ik de conclusie die daar regelmatig uit volgt veel te gemakkelijk: we moeten digitale middelen weren uit het klaslokaal.
In dit stuk wil ik niet dieper ingaan op het feit dat digitale middelen bij goed gebruik wel degelijk positieve effecten kunnen hebben op de leerprestaties. Ik wil graag inzoomen op iets anders wat vaak wordt vergeten: een groot deel van onze taal bevindt zich in de digitale wereld.
Ga maar eens na hoeveel je op een gemiddelde dag leest en schrijft zonder een boek of krant aan te raken. Je leest een nieuwsitem op je telefoon, verstuurt een tekstbericht, spreekt een bericht in, zoekt iets op met een zoekmachine, bekijkt een website, leest reacties onder een bericht, schrijft een e-mail of stelt een vraag aan een chatbot.
Online ontwikkelt zich bovendien een eigen cultuur, met memes, eigen regels, humor en specifiek woordgebruik. Jongeren nemen hier niet alleen aan deel, maar geven deze cultuur ook zelf vorm. Daarmee is de online wereld een belangrijke plek geworden waar zij hun identiteit ontdekken, uitproberen en ontwikkelen.
In de digitale omgeving wordt behoorlijk wat van onze taalvaardigheid gevraagd. Je moet informatie kunnen vinden, teksten begrijpen, bepalen wat belangrijk is, verschillende bronnen met elkaar kunnen vergelijken. Ook moet je kunnen inschatten wat het doel is: probeert het te informeren, overtuigen of misschien wel misleiden.
Natuurlijk kun je veel van deze vaardigheden ook leren zonder digitale middelen, maar doen alsof de digitale wereld niet bestaat sluit niet aan bij de realiteit en de belevingswereld van leerlingen. Bovendien kun je ook zonder een scherm prima aan de slag met de integratie van digitale geletterdheid binnen taal.
We communiceren met tekst, maar ook met afbeeldingen, video’s, geluid, links, emoji’s, chats, websites en sociale media. We gebruiken tegenwoordig verschillende vormen tegelijkertijd. Een nieuwsbericht bestaat niet alleen uit een geschreven tekst, maar ook uit foto’s, grafieken, filmpjes en links naar andere bronnen.
Digitale geletterdheid wordt nog regelmatig gezien als iets wat boven op het bestaande onderwijs komt. We moeten al aandacht besteden aan taal en rekenen en nu komen programmeren, mediawijsheid, informatievaardigheden en AI daar ook nog bij. Veel van die digitale vaardigheden bestaan helemaal niet los van taal. Daarom vind ik de kunstmatige scheiding tussen taal en digitaal ook zo vreemd.
Laat leerlingen twee nieuwsberichten over hetzelfde onderwerp vergelijken. Ze moeten onderzoeken welke woorden worden gebruikt, welke informatie wordt benadrukt en welk perspectief ontbreekt.
Waar houdt taalonderwijs hier op en begint digitale geletterdheid? Volgens mij is die grens veel minder duidelijk dan we soms doen voorkomen. Ik ben van mening dat digitale technologie het taalonderwijs juist kan verbreden. In de klas gebruik je boeken en gedrukte teksten, maar daarnaast ook websites, digitale bronnen, podcasts en video’s. Het een hoeft het andere niet uit te sluiten.
Laat leerlingen bijvoorbeeld onderzoeken waarom een plaatje of titel op YouTube ervoor zorgt dat ze op een filmpje willen klikken en waarom we dit clickbait noemen. Vergelijk een video op TikTok met een nieuwsbericht over hetzelfde onderwerp. Bekijk samen hoe influencers taal gebruiken om producten aan te prijzen. Laat leerlingen online bronnen vergelijken. Bespreek reacties onder een nieuwsbericht. Laat ze een opinieartikel over BigTech of generatieve AI schrijven. Laat ze onderzoeken hoe een afbeelding de betekenis van een tekst verandert.
Je werkt dan aan digitale geletterdheid en tegelijkertijd werk je ook aan woordenschat, begrijpend lezen, schrijven, kritisch denken en mondelinge taalvaardigheid.
De digitale wereld is niet alleen een plek die concurreert met lezen en schrijven. Het is inmiddels een van de belangrijkste plekken waar gelezen en geschreven wordt. We moeten in het onderwijs die digitale wereld niet weren. Er liggen juist veel kansen om de taalvaardigheid te versterken.
Geef een reactie