Vandaag gaf ik een schrijfles waarin leerlingen (groep 7 en 8) een fictief personage bedachten met behulp van beelden en geluiden van internet. Het doel was niet alleen creatief schrijven, maar vooral je kunnen inleven in een personage. Uiteraard behandelen we ook de termen feit en fictie. Wat is er feit en fictie aan deze opdracht? Wat is er echt en nep? Ook oefenden de leerlingen met ICT-basisvaardigheden.
De opdracht, stap voor stap:
Stap 1 – Kies een raam op https://lnkd.in/ecG-6mAv
Leerlingen gingen naar Window Swap en kozen een raam ergens in de wereld. Stel je voor dat een persoon uit dit raam kijkt.
Stap 2 – Inleven in het personage:
Wie is deze persoon?
Waarom kijkt hij/zij naar buiten?
Wat is er gebeurd?
Hoe voelt deze persoon zich?
Wat voor type mens is dit?
Stap 3 – Luister naar dezelfde plek (deze stap kun je eventueel ook overslaan)
Via Radio Garden https://radio.garden zochten leerlingen een radiostation uit dezelfde stad of hetzelfde land. Ze luisterden naar de radio en dachten na:
Welke sfeer roept het bij je op?
Past dit bij jouw personage?
Stap 4 – Werk je personage uit met aandacht voor:
Uiterlijk
Gedachten en gevoelens
Wat speelt er op dit moment?
Zintuigen (wat ziet, hoort of voelt jouw personage?)
Stap 5 – Kies een gezicht
Pas daarna kozen leerlingen via This Person Does Not Exist een gezicht dat volgens hen bij het personage past. https://lnkd.in/eE7eaNNb
Stap 6 – ICT-vaardigheden & reflectie
Leerlingen maakten screenshots (print screen) en plakten deze in Word. Dit was voor velen een nieuwe vaardigheid.
Stap 7 – Reflectie: feit of fictie?
Een aantal leerlingen las hun verhaal voor.
Samen bespraken we:
Welke onderdelen zijn feit (beeld, geluid, locatie)?
Welke onderdelen zijn fictie?
En: wat doen echte beelden en geluiden met onze interpretatie en hoe beïnvloeden ze wat we als ‘waar’ ervaren?

